"De energietransitie heeft behoefte aan een echte strategische visie"
Een blik op de energietransitie in Wallonië: 2026 zou wel eens een belangrijk keerpunt kunnen zijn
De sector van de hernieuwbare energie lijkt voortdurend te balanceren op een koord waar tegengestelde winden over waaien. De opleving in de windenergiesector zet zich weliswaar door, maar de fotovoltaïsche sector stagneert enigszins. Binnen een gespannen geopolitieke context, gekenmerkt door een spectaculaire stijging van de prijzen voor koolwaterstoffen, deelt Fawaz Al Bitar, algemeen directeur van EDORA, de Belgische federatie van spelers op het vlak van hernieuwbare energie en duurzaam energiebeheer, zijn visie en geeft hij commentaar op enkele denkpistes die ons dichter bij energiezelfvoorziening zouden moeten brengen.
EDORA verenigt de spelers in de energietransitie in de breedste zin van het woord, waaronder de verschillende sectoren zoals fotovoltaïsche energie, windenergie, waterkracht, bio-energie en groene warmte, maar ook bedrijven die zich bezighouden met onderzoek naar flexibiliteits- en opslagoplossingen. In plaats van 100% windenergie of 100% fotovoltaïsche energie te bepleiten, streeft de organisatie naar een zo evenwichtig mogelijke aanpak om de bevoorradingszekerheid te waarborgen. Als woordvoerder van haar leden bij de overheid zet zij zich in voor de versnelde ontwikkeling van hernieuwbare energiesectoren, verenigd rond ambitieuze, duurzame en kwalitatieve doelstellingen.
Bemoedigende, maar ontoereikende vooruitgang
Wat windenergie betreft, merkt EDORA op dat het herstel zich doorzet, maar dat het huidige tempo van de bouw van windturbines en de afgifte van vergunningen nog onvoldoende is om de regionale doelstellingen te halen, namelijk om tegen 2030 bijna 25% van het Waalse elektriciteitsverbruik te dekken. Met de 36 nieuwe windturbines in 2025 stijgt de totale capaciteit met 133 MW tot 1.661 MW: de 625 Waalse windturbines dekken het elektriciteitsverbruik van 850.000 huishoudens, ofwel bijna de helft van de Waalse huishoudens. Niet slecht! Op Belgisch niveau dekt het windmolenpark vandaag meer dan 19% van het nationale elektriciteitsverbruik.
Daarentegen kent de fotovoltaïsche sector een aanzienlijke daling van het aantal nieuwe installaties na een recordjaar in 2023, dat werd gekenmerkt door het einde van de regeling waarbij de meter ‘terugdraait’. Is de balans dan toch positief? Hoe ver staat onze energietransitie eigenlijk? Fawaz Al Bitar geeft ons een gedetailleerde analyse.
"Een eerste belangrijke opmerking is dat België op het vlak van hernieuwbare energie achteraan het Europese peloton loopt en wat betreft hernieuwbare elektriciteit eerder in het midden van dat peloton staat. Maar we moeten ook beseffen dat het energieverbruik momenteel nog voor 50% afhankelijk is van de verwarmingssector. En op dat vlak is de decarbonisatie ruim onvoldoende. Bovendien mogen we niet vergeten dat België in de jaren negentig niet tot de pioniers op het vlak van hernieuwbare energie behoorde en dat we een flinke achterstand hebben opgelopen ten opzichte van landen als Duitsland of Denemarken."
"Meer in het algemeen blijft het bereiken van koolstofneutraliteit tegen 2050 een uitdaging. En naar mijn mening moet deze doelstelling ook op Europees niveau worden bekeken, en niet alleen vanuit het perspectief van ons kleine België. We bevinden ons in een onderling verbonden markt. Scandinavië beschikt bijvoorbeeld over grote bruikbare opslagcapaciteiten, terwijl België een klein, dichtbevolkt land is dat de facto niet hetzelfde potentieel voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie heeft. Kunnen we echter echt spreken van een nulbalans, wetende dat de laatste paar procentpunten het moeilijkst te bereiken zijn? Ik denk dat we ons niet moeten laten opsluiten in een keurslijf van cijfers. Het lijkt me logischer om te streven naar het hoogst mogelijke aandeel hernieuwbare energie over vijf, tien, twintig jaar, enz."
Is de situatie in Vlaanderen en Wallonië hetzelfde?
Zoals onze gesprekspartner opmerkt, vormt windenergie een belangrijke economische sector die voortdurend blijft groeien en een breed netwerk van bedrijven omvat dat in totaal duizenden indirecte en afgeleide banen oplevert die moeilijk te verplaatsen zijn, waardoor de windenergiesector nog steviger in het lokale economische weefsel verankerd raakt. Toch moet worden vastgesteld dat de aanpak in beide regio’s aanvankelijk verschillend was.
“De status van hoger algemeen belang erkent hernieuwbare energie als een prioriteit voor de samenleving, waardoor de uitrol ervan wordt vergemakkelijkt ten opzichte van andere belangen, met name op milieugebied”
Fawaz Al Bitar: "Vlaanderen heeft een meer sociaaleconomische aanpak gevolgd, terwijl de Waalse aanpak meer op het milieu was gericht. Een tiental jaar geleden was windenergie verder ontwikkeld in Vlaanderen dan in Wallonië, dat te maken had met grotere rechtsonzekerheid en een beter georganiseerd lokaal verzet. Maar nu lopen beide kwesties meer in elkaar over, zien we een ommekeer en is Wallonië de afgelopen vijf jaar dynamischer geweest, met meer dan 100 megawatt aan geïnstalleerd vermogen per jaar."
"Wat zonne-energie betreft, heeft het stimuleringsbeleid in Vlaanderen de ontwikkeling van fotovoltaïsche installaties aangemoedigd, maar ook hier verwacht ik dat het evenwicht zich zal herstellen, met name dankzij de Waalse projecten voor de uitrol op landbouwgrond, op braakliggende industrieterreinen, op daken van woningen, bedrijfs- en industriële gebouwen, en op parkeerterreinen. Wat de warmtesector betreft, zoals ik hierboven al zei, gaan we in alle regio's samen niet snel genoeg vooruit, ook al staat Vlaanderen verder in het denkproces, in de warmtenetten en in de decarbonisatie van warmte."
De blokkering van vergunningen vormt een belangrijke institutionele hindernis
De windenergiesector biedt een groot potentieel. In Wallonië worden momenteel projecten met een totaal vermogen van bijna 5.700 MW ontwikkeld. Of deze projecten daadwerkelijk worden gerealiseerd, hangt echter af van de snelheid waarmee vergunningen worden afgegeven en van de daadwerkelijke toegang tot het elektriciteitsnet. De rechtsonzekerheid blijft groot: 678 MW aan vergunningen wordt momenteel geblokkeerd door beroepsprocedures bij de Raad van State.
"Hoewel uit enquêtes blijkt dat een zwijgende meerderheid van de burgers voorstander is van hernieuwbare energie, is de realiteit in de gemeenten dat zij meer aandacht schenken aan de tegenstanders die zich organiseren en van zich laten horen, dan aan de rest van de bevolking, die er grotendeels voorstander van is. En als alle gemeenten alle projecten afwijzen, kan er uiteraard niets gebeuren. De situatie is niet eenvoudig voor de minister die verantwoordelijk is voor de vergunningverlening, François Desquennes, aangezien hij ook minister van Lokaal Bestuur is. Hij wordt dus heen en weer geslingerd tussen tegenstrijdige belangen."
"Bovendien kunnen overheidsinstanties ook roet in het eten gooien, zoals bijvoorbeeld het departement Natuur en Bossen, door negatieve adviezen uit te brengen en naar onze mening onvoldoende rekening te houden met de afweging van milieubelangen, want we mogen niet vergeten dat windenergie een van de meest doeltreffende technologieën is in de strijd tegen klimaatverandering. Er moet dus een duidelijk beslissingsschema worden opgesteld waarin wordt aangegeven dat de vergunning onder bepaalde omstandigheden wordt verleend en onder andere omstandigheden wordt geweigerd."
"Maar misschien nog wel belangrijker is dat we de overstap moeten maken van een lokale naar een regionale visie. De Europese Unie heeft de nieuwe status van hernieuwbare energie benadrukt: de status van groot openbaar belang. Deze status van groot openbaar belang erkent hernieuwbare energie als een prioriteit voor de samenleving, waardoor de uitrol ervan ten opzichte van andere belangen wordt vergemakkelijkt. De Europese boodschap is dus om te voorkomen dat men zich beperkt tot een puur lokale benadering", legt Fawaz Al Bitar uit.
Distributienetwerken aan het einde van hun Latijn
De beperkte opnamecapaciteit van het elektriciteitsnet, de hoge kosten en de lange wachttijden voor aansluiting (die soms meer dan vijf jaar kunnen bedragen) vormen een belemmering voor de uitvoering van talrijke projecten. EDORA wijst op de urgentie van maatregelen die de toegang tot het net vergemakkelijken, en benadrukt dat de opnamecapaciteit moet worden vergroot en dat de sterk stijgende aansluitingskosten in de gaten moeten worden gehouden.
“Het is absoluut noodzakelijk om de voorwaarden voor toegang tot het netwerk aan te passen en de netwerken te versterken. Maar alles hangt met elkaar samen. Om het netwerk te versterken, is een samenhangende energievisie nodig. We moeten weten waar we prioritair hernieuwbare energie moeten ontwikkelen. De netbeheerders vragen op hun beurt om eerst een gedetailleerd ontwikkelingsplan te ontvangen alvorens over te gaan tot versterkingen. Het is een beetje de kip-en-eiparadox.”
Eén ding is zeker, het is van essentieel belang om dalingen in de productie van zonne-energie te beperken, te investeren in de versterking van de infrastructuur en de flexibiliteit van de vraag te vergroten. Volgens EDORA is het net zo belangrijk om opslagoplossingen te ontwikkelen en het bewustzijn rond dynamische tarieven te vergroten, om zo het verbruik af te stemmen op de beschikbare zonne-energieproductie.
De warmtepomp blijft achter
Windenergie en zonne-energie hebben ongetwijfeld nog ruimte voor groei. Maar er moet ook worden gewerkt aan warmteoplossingen en de elektrificatie van de verwarmingssector om de uitstap uit fossiele brandstoffen op te vangen. In dit verband speelt de warmtepomp een sleutelrol. In de praktijk lijkt de grootschalige invoering ervan echter te stagneren.
Fawaz Al Bitar: "Vlaanderen staat er iets beter voor omdat het interessante fiscale stimulansen heeft ingevoerd. Maar in het algemeen moeten we niet vergeten dat de elektriciteitsprijzen lange tijd hoger lagen dan die van gas. Dit gebrek aan concurrentievermogen zou kunnen worden gecompenseerd door een belastingverschuiving ten gunste van elektriciteit. Een ander niet te verwaarlozen aspect heeft te maken met onze woningen, die soms als ‘energieverslinders’ worden bestempeld."
"Algemeen wordt aangenomen dat er eerst flink moet worden geïnvesteerd in de isolatie van ons verouderd vastgoed voordat de installatie van een warmtepomp kan worden overwogen. Het gaat dus om een dubbele financiële inspanning. Maar in werkelijkheid is dit uitgangspunt te rigide. Naar mijn mening is het niet verplicht om over een perfect geïsoleerde woning te beschikken die aan de hoogste normen voldoet. Zelfs zonder EPC A-certificaat kan men profiteren van een warmtepomp. Een goed geïnformeerde installateur speelt hierin een belangrijke rol door per geval een grondige analyse uit te voeren. Hij kan de beste oplossing op lange termijn adviseren, zeker gezien de stijgende olie- en gasprijzen. In dit scenario kan de warmtepomp een interessant alternatief zijn."
De toekomst wordt vandaag gebouwd
Na het jaar 2025 waarin de versterking van en de toegang tot de elektriciteitsnetten op de politieke agenda zijn gezet, lijken ook andere strategische dossiers die door de federatie naar voren zijn geschoven de goede kant op te gaan. Zo zien we bijvoorbeeld een stijging van het aantal afgegeven vergunningen, een betere inachtneming van regionale belangen en een aanzienlijke verkorting van de behandelingstermijnen voor beroepen tot nietigverklaring. Het kabinet van minister Cécile Neven kondigt ook aan dat haar strategie voor de energiesector (het stimuleren van de energiemix) binnenkort zal worden afgerond. Ook is de invoering van een belastingverschuiving aangekondigd. In 2026 zouden de zaken dus in een stroomversnelling moeten komen.