Hoe een buitenmuur isoleren langs binnen
Binnenisolatie van buitenmuren is niet ideaal door ruimteverlies en risico op vocht, maar soms nodig, zoals bij rijwoningen waar er aan de straatkant niet meer kan worden uitgebreid. Isolatie langs binnen is overigens wel goedkoper dan buitenisolatie, kan op elk moment uitgevoerd worden en houdt warmte goed binnen in de winter. Met de juiste aanpak zijn de risico’s beperkt.
Wanneer is het een optie?
Waarom is isoleren langs binnen niet ideaal?
Isolatie aan de binnenkant van een buitenmuur heeft verschillende nadelen. Je verliest binnenruimte omdat isolatie en voorzetwanden naar binnen komen. Daarnaast verhoogt het risico op vochtproblemen: de buitenmuur blijft kouder en kan minder goed uitdrogen, waardoor condensatie, schimmelvorming en zelfs vorstschade kunnen ontstaan. Ook is het moeilijker om koudebruggen aan te pakken, vooral op aansluitingen met vloeren, plafonds en binnenmuren. Dat leidt tot warmteverlies en kan lokaal condens veroorzaken.
Verder moeten technieken zoals elektriciteit vaak opnieuw worden ingewerkt. Dat vraagt extra aanpassingen en verhoogt de kost en complexiteit van de werken.
Wanneer is binnenisolatie wél een goede optie?
Toch is binnenisolatie in bepaalde situaties de meest haalbare of zelfs enige oplossing. Dat geldt vooral voor rijwoningen of gevels aan de straatzijde waar de bouwlijn niet mag worden overschreden, of voor woningen met een beschermd of waardevol gevelbeeld. In appartementen kan binnenisolatie vaak de enige manier zijn om de thermische prestaties van de buitenschil te verbeteren zonder aan gemeenschappelijke delen te raken.
Binnenisolatie is ook doorgaans goedkoper dan buitenisolatie en kan onafhankelijk van weersomstandigheden worden uitgevoerd. Met een correcte technische opbouw, een goed geplaatste damprem en zorgvuldige detaillering kunnen de risico’s aanzienlijk worden beperkt en kan het wooncomfort sterk verbeteren.
Welke aandachtspunten zijn er?
Vochtbelasting en droging
Voor je een buitenmuur langs binnen isoleert, is een voorafgaand onderzoek door een aannemer of architect belangrijk. In het Belgische klimaat krijgen buitenmuren veel regen te verwerken. Bij niet-geïsoleerde muren warmt de muur voldoende op om dat vocht te laten verdampen. Na binnenisolatie blijft de buitenmuur in de winter veel kouder, waardoor ze trager uitdroogt. De isolatie verhindert bovendien dat de muur naar binnen toe kan drogen. Dat verhoogt de kans op vorstschade en vochtopbouw.
Bij gevels met hoge regenbelasting is een dampopen buitenafwerking noodzakelijk om uitdroging te garanderen. Wanneer de gevel een dampdichte afwerkingslaag heeft die niet kan worden verwijderd, wordt binnenisolatie risicovoller. Ook opstijgend vocht moet vooraf worden aangepakt, omdat de droging ervan na isolatie verder wordt beperkt.
Condensatie en damptransport
Condensatie is een groot aandachtspunt. Waterdamp uit de binnenlucht wil naar buiten migreren. In sommige isolatiematerialen diffundeert die damp sneller dan door baksteen, waardoor vocht zich kan opstapelen tussen de isolatie en de muur, waar het in de winter condenseert. In de zomer kan het omgekeerde gebeuren wanneer het metselwerk warmer wordt dan de binnenafwerking, met condensatie tussen isolatie en binnenbekleding tot gevolg.
Om dit te vermijden, is een correct geplaatste damprem of dampdichte laag aan de binnenzijde essentieel. Nieuwere capillaire systemen kunnen vocht tijdelijk bufferen en gecontroleerd naar binnen afgeven, wat bij bepaalde projecten een veiligere oplossing biedt.
Vochtproblemen zijn nefast voor het gebouw en de bewoners: schimmelvorming, luchtkwaliteitproblemen, aantasting van isolatiemateriaal en verlies van isolatiewaarde zijn reële risico’s.
Aansluitingen en bouwknopen
Bouwknopen zoals houten vloeren of balkkoppen in de gevel kunnen gevoeliger worden voor vocht door het kouder en natter worden van de buitenmuur. Hout kan hierdoor wegrotten als er geen goede afdichting en bescherming wordt voorzien. Vaak moet de vloer gedeeltelijk worden opengebroken om deze knopen correct te behandelen.
Daarnaast kunnen bij onderbrekingen van de isolatie nieuwe koudebruggen ontstaan. Die veroorzaken energieverlies, maar kunnen ook condens en schimmelproblemen opleveren. Daarom zijn een goede detaillering, voldoende ventilatie en, waar mogelijkn een minimale isolatiedikte rond koudebruggen noodzakelijk. Bij binnenmuren die aansluiten op buitenmuren kunnen randstroken het koudebrugeffect verminderen.
Luchtdichting en luchtstromen
Luchttransport door de wandconstructie moet absoluut worden voorkomen. Zowel luchtinfiltratie vanuit buiten als luchtcirculatie achter de isolatie kan condensatie en schimmel veroorzaken. Bij de binnenisolatie van bestaande gevels moet de oorspronkelijke luchtdichte laag (bijvoorbeeld pleisterwerk) vaak worden verwijderd en nadien zorgvuldig heropgebouwd.
Ongelijk vlak metselwerk, slechte aansluitingen of doorboringen van de isolatie verhogen het risico op luchtlekken. Wanneer leidingen door de geïsoleerde wand lopen, moeten die luchtdicht worden afgewerkt met speciale manchetten en luchtdichte inbouwdozen.
Systemen voor binnenisolatie
Voor het isoleren van binnenmuren bestaan twee systemen: dampdicht of dampremmend (meestal voorzien van een dampscherm) en capillair actieve systemen zonder dampscherm. Welk systeem het best past voor je woning, laat je steeds bepalen door een vakman. Binnenisolatiesystemen kunnen verder worden opgedeeld aan de hand van het draagsysteem.
Verkleven
Materiaal dat direct op de muur wordt verlijmd, biedt het voordeel dat er geen extra draagstructuur vereist is. Daartegenover staat dat de bestaande muur voldoende draagkrachtig moet zijn, voldoende vlak en niet te zuigend. De bestaande binnenafwerking wordt bij voorkeur verwijderd. Bij gebruik van systemen zonder dampscherm is een specifieke lijmmortel en binnenafwerking vereist.
Op latwerk
De isolatie kan ook worden bevestigd met een extra draagconstructie van metaalprofielen of een houten latwerk, met een voorzetwand. De isolatie wordt dan tussen voorzetwand en draagconstructie geplaatst. Ofwel wordt het materiaal vastgeschroefd op de profielen (in het geval van platen), of wordt het tussen de profielen geplaatst (in het geval van wol).
De dragende constructie kan aan de muur worden vastgeschroefd, maar kan even goed vrijstaand van de wand worden geplaatst (uiteraard wel met bevestiging in de vloer en het plafond). Let, bij het gebruik van wol, wel op de afstand die je moet behouden tussen de muur en het latwerk. Die hangt af van de dikte van de balken of metalen profielen en van hoe dik je wil isoleren. Het is de bedoeling dat de wol niet wordt samengedrukt.
Bij een dampdicht/remmend systeem is het verder van groot belang dat het dampscherm goed op het systeem is afgesteld. Bij een gebruik van een metalen stijl- en regelwerk bestaat bij sommige systemen het risico dat de draagconstructie zelf een koudebrug vormt.
Prefabsystemen
Geïntegreerde voorzetwanden zijn snel en eenvoudig op grote oppervlakken aan te brengen. Deze worden eveneens op een latwerk geplaatst. Ze moeten loodrecht en over de volledige verdiepingshoogte worden bevestigd. Het risico op luchtcirculatie bestaat, maar kan worden vermeden door de voegen en de zijkanten volledig luchtdicht af te sluiten.
Latwerk in de praktijk
Voorbereiding
Voordat je met de echte werken kunt starten, hoor je natuurlijk de nodige voorbereidingen te treffen. De haaksheid van de ruimte en een effen ondergrond zijn daarbij de eerste belangrijke aandachtspunten. Kap eerst de grootste oneffenheden weg. Daarnaast meet je ook alles eerst op om te berekenen hoeveel je precies nodig hebt van het materiaal dat je gaat gebruiken. Eventuele stopcontacten kan je ook al demonteren. Uiteraard niet voor je de nodige zekeringen hebt afgeschakeld.
Een goed latwerk zal niet alleen extra stevigheid garanderen, maar er ook voor zorgen dat je je isolatiedekens, platen of panelen mooi in één lijn kunt plaatsen.
Houten latwerk
Om het jezelf gemakkelijk te maken, kun je een houten kader op de grond bouwen en het dan later in zijn geheel tegen de muur zetten. Meet telkens de latten af en zaag ze op maat. Boor de latten ook al voor op de plaatsen waar je ze aan elkaar zal bevestigen.
Om het kader op te bouwen schroef je de latten aan elkaar. Als het kader af is, plaats je het eerst los tegen de muur om de gaten voor te boren waar de latten aan de muur moeten komen, ongeveer om de halve meter. Gebruik een universele boor; die mag rechtstreeks door het hout in een stenen muur boren zodat je een markering achterlaat. Daarna kan het kader weer even weg, en boor je de rest uit met dezelfde boor of met een steenboor. Voor je de latten dan vastschroeft, plaats je pluggen in de voorziene gaten. Met een hamer kun je ze desnoods wat dieper slaan.
Tegen de muur
Als je het kader niet vooraf op de grond opbouwt, en je de latten los tegen de muur bevestigt, moet je ze afzonderlijk regelen. De wand kan namelijk ietwat schuin of bol staan, waardoor je de verschillen moet opvangen. Dat kan met spieën of kaleerblokjes, die je achter de latten plaatst. Je kunt ook afstandsschroeven gebruiken, die je bijregelt waar nodig.
Alles vast
Als alle latten er hangen, controleer je nog eens de vlakheid. Dat kan door er een lange waterpas of regel tegen te zetten. Is alles in orde? Dan maak je het latwerk vast in de vloer en het plafond. Ten slotte vul je de ruimte tussen het latwerk en de bestaande elementen op met laag-expansief purschuim.
Metalen latwerk
Met metalen profielen kan je sneller werken. Je maakt hier een onderscheid tussen de horizontale en de verticale profielen. De horizontale zijn bovenaan recht, de verticale zijn daar omgeplooid voor extra stevigheid. Ze zijn dus zo gemaakt dat ze perfect in elkaar passen.
Je maakt dit soort profielen op maat met een plaatschaar. Niet met een haakse slijper, want dan zou je de galvanisélaag op de profielen kunnen aantasten. Voor extra akoestische isolatie kun je ook nog een speciale akoestische tape voorzien, die je op de onderkant kleeft van de profielen die de vloer, het plafond, of de muur raken.
Aan de vloer, het plafond en de muur
Wanneer je horizontale metalen profielen vastschroeft, schroef dan zeker niet te hard, zo voorkom je dat je het metaal vervormt. Voor de bevestiging van de verticale profielen aan de muur, boor je eerst gaten in de profielen zelf. Plaatst ze vervolgens in de horizontale profielen, en boor de voorgeboorde gaten in de profielen uit in de muur met een steenboor. Bevestig de profielen met behulp van slagpluggen en schroeven.
Staanders in de profielen
Zijn de horizontale profielen aan de vloer en het plafond, en de verticale profielen aan de muren bevestigd? Maak dan de overige staanders op maat met een plaatschaar.
De profielen hebben allemaal een open kant, die plaats je in de horizontale staanders allemaal in dezelfde richting - dit zorgt een vlotte bevestiging van de platen in een later stadium. Zorg ervoor dat de afgesneden kant (waar je op maat hebt geknipt) naar boven toe geplaatst is, en de vlakke kant onderaan, zodat het profiel vlot grip vindt in het onderste horizontale profiel.
Pas de verticale staanders dan eerst in het bovenste horizontale profiel. Met een draaiende beweging schuif je die vervolgens in het onderste horizontale profiel. Je kan de profielen zo op hun plaats houden, of verstevigen met behulp van een krultang.
Isoleren
Eens het lattenwerk op zijn plaats staat, kan je de isolatieplaten of -dekens bevestigen. Platen schroef je op de latten vast, dekens span je ertussen. Naden werk je af met luchtdichte tape. Bij dampremmende systemen vergeet je uiteraard het dampscherm niet - behalve bij gecacheerde platen die er reeds van voorzien zijn. Het scherm bevestig je op het latwerk. Zorg dat de overlap tussen verschillende banen 10 cm bedraagt en plak voegen af met luchtdichte tape. Aansluitingen met vloer en plafond dicht je af met een dichtingspasta. Als afwerking kan je gipskarton gebruiken - al dan niet met OSB als extra versteviging.

