naar top
Menu
Logo Print
06/11/2018 - LAURENCE BLONDEEL

DE KEURING ZELF

Hoe een keuring gebeurt, hangt af van het controleorganisme dat de keuring komt uitvoeren en welke stappen men zal ondernemen. Wel kan gezegd worden dat de meeste controleorganismen gelijkaardige werkwijzen en aandachtspunten hanteren.

ELEKTRISCHE SCHEMA’S

kabel
Verbinding gebeurde niet volgens de regels en gebeurde
met tape i.p.v. de geschikte middelen

Een schema kan eigenlijk beschouwd worden als een soort blauwdruk van de elektrische installatie. De keurder zal meestal beginnen met het opvragen van het eendraads- en situatieschema. Zulke schema’s moeten steeds aanwezig zijn en ondertekend worden. Ze geven weer hoe de situatie van de elektrische installatie was op het moment van de controle. Aan de hand van die schema’s kan men controleren of alles in overeenstemming is met de uitvoering van de werken. Zijn bijvoorbeeld de juiste automaten gekozen en werden deze correct geïnstalleerd? De schema’s vereenvoudigen niet alleen de controle voor de keurder, maar helpen ook elektriciens die een aanpassing aan de installatie willen doorvoeren. Daarnaast vormen ze een belangrijk bewijs bij eventuele problemen of schade, aangezien onmiddellijk gecontroleerd kan worden wat de staat van de de elektrische installatie was op de dag van controle. Als de nieuwe situatie daarvan afwijkt, dan is het duidelijk dat er nadien aan gewerkt werd, dit kan juridische consequenties voorkomen voor de initiële installateur. Stel dat de schema’s niet aanwezig zijn of niet correct getekend zijn tijdens de keuring, dan wordt de installatie afgekeurd.

chauffagefout
Aansluiting van het verwarmingstoestel moet via een stopcontact
gebeuren en mag niet rechtstreeks afgetakt zijn
van een stopcontact, CE vervalt meteen

AARDING

Tijdens de controle worden enkele metingen uitgevoerd. De aarding wordt daarbij opgemeten en er wordt gecontroleerd of er een aardingsonderbreker aanwezig is. In het algemeen moet de waarde van de aardingsmeting onder de 30 Ohm zijn. In dat geval is er één hoofddifferentieel en een differentieel max. 30 mA voor de vochtige kringen verplicht. Bij uitzondering mag de waarde tot maximum 100 Ohm gaan, maar dan moet men per kring een differentieel plaatsen. Ook de equipotentiale verbindingen, met andere woorden de aarding van de gas- en waterbuizen, worden nagekeken.

 

SELECTIVITEIT

Het elektrische bord wordt gecontroleerd en er wordt nagegaan of de juiste automaten aanwezig zijn. Daarbij wordt eveneens gekeken wat de begrenzende factor is van de eerste automaat. Die moet namelijk een kortsluitvermogen hebben van minstens 3.000 A en een energiebegrenzingsklasse 3. Op die manier zijn de automaten sterk genoeg voor de te verwachten kortsluitstroom en tevens wordt het vermogen en dus ook de impact bij kortsluiting beperkt. Ook de differentiëlen worden geïnspecteerd. Er moeten er minstens twee zijn. Zo moeten er ook minstens twee kringen voor de verlichting voorzien zijn. Ook schrijft men voor dat er maximaal 8 stopcontacten per kring mogen aanwezig zijn. Op deze manier is er een stuk selectiviteit opgebouwd. De elektriciteit zal niet zomaar overal wegvallen bij een kortsluiting, maar wel enkel in de kring waar de kortsluiting zich voordoet. Deze selectiviteit voorkomt een totale uitschakeling.

isolatie
De voedingskabel is niet dubbel geïsoleerd.
Tape functioneert niet als dubbele isolatie

ISOLATIEFOUTEN

Bij het nagaan van isolatiefouten wordt gekeken naar de drempelwaarde, of de fase waar de spanning op zit genoeg geïsoleerd is ten opzichte van de aarde. Er worden twee soorten metingen uitgevoerd. Bij een spanning tussen de 50 V en 500 V wordt een spanning van 500 V op de installatie gezet. Als daarbij minder dan 0,5 megaOhm gemeten wordt, is er iets mis met de isolatie en wordt de installatie afgekeurd. Indien bijvoorbeeld een beltransformator (op 12 V of 48 V) aanwezig is, meet de keurder aan de achterkant van die transformator. Alles onder de 50 V wordt getest onder een spanning van 250 V, waarbij het resultaat minimum 0,25 megaOhm moet bedragen. Hoe lager die waarde zakt, hoe meer kans op brand, kortsluiting, elektriciteitsverlies ...

AARDPENNEN

Aan de hand van de elektrische schema’s kan men zien waar de stopcontacten geplaatst zijn. Nadat de keurder het elektrische bord en de schema’s heeft gecontroleerd, zijn metingen heeft gedaan qua aarding en isolatie, zal hij elke aardpen van de stopcontacten controleren of ze een degelijke verbinding hebben met de aarde. Dit is nodig om elke isolatiefout snel en accuraat af te leiden naar de aarde, om bijgevolg het differentieel tijdig te laten werken.

ONTBREKEN VAN BEPAALDE COMPONENTEN

Tijdens de controle kan aan de hand van de elektrische schema’s gezien worden of bepaalde componenten ontbreken of er te veel van zijn. Dat kan het geval zijn bij het elektrische bord, maar ook bijvoorbeeld in stopcontactkringen. De hoogte van de stopcontacten t.o.v. de vloer en hun plaatsing binnen de vastgelegde volumes in de vochtige ruimten worden gecontroleerd, waarbij ook gekeken wordt naar de International Protection (IP), code voor de beschermingsgraden van elektrische toestellen/ componenten.

kabels
Sectie van de bekabeling is niet aangepast aan het nominaal vermogen

BEKABELING

Zoals vermeld is het vooral op het vlak van isolatie belangrijk welke kabels gebruikt worden. Er wordt ook gekeken of het om het juiste type kabels en geleiders gaat en of ze bijvoorbeeld de juiste kleur hebben (bv. geel/groen, verplicht voor de aardgeleiders). Die kabels moeten correct geplaatst en aangesloten zijn. Sinds 1 juli 2017 zijn de fabrikanten verplicht om kabels te produceren die voldoen aan de Europese CPR (Construction Product Regulation). Die CPR bepaalt dat er nu zeven Euro klassen (A, B1, B2, C, D, E en F) zijn. Deze Euro-klassen vervangen de oude Belgische klassen. Het is wel zo dat de stock van de oude kabels onbeperkt mag blijven gebruikt worden. Het is enkel de fabrikant die ze niet meer mag produceren. Op die manier worden alle kabels in Europa aan dezelfde testvoorwaarden onderworpen. Hoe dichter bij de A, hoe beter de kabel en hoe minder hij de brand zal verspreiden.

GEVAREN

Er wordt niet altijd voldoende stilgestaan bij de mogelijke gevaren van een slechte of gebrekkige elektrische installatie. Elektriciteit is iets dat men niet kan horen in een huis en weinig mensen controleren hun elektrische bord of kast. Indien die niet tijdig of correct gecontroleerd worden en er toch ergens een gebrek is, kan het zijn dat bepaalde delen opwarmen en er zelfs brand ontstaat. Een tweede gevaar is elektrocutie of elektrisering, met andere woorden het krijgen van een schok.