naar top
Menu
Logo Print

DE JUISTE LEDDRIVER KIEZEN

EEN STAPPENPLAN

Nog al te vaak worden ledarmaturen verkeerd geïnstalleerd. Vooral bij de keuze voor een geschikte driver loopt het mis. Spanningsgestuurde leds worden aangesloten op een constantestroomdriver, de driver kan te weinig spanning leveren of levert er te veel, of men wil dimmen met een driver waarmee er niet kan worden gedimd. Het zijn maar enkele veelvoorkomende fouten die de werking van de verlichting en de levensduur van de leds zelf in het gedrang brengen.

leddriverHOE DE JUISTE LEDDRIVER KIEZEN

Stap 1: is de ledarmatuur stroom- of spanningsgestuurd?

Leds zijn door constante stroom aangedreven verbruikers (ze werken dus op constante stroom). Let wel op, er zijn twee manieren om de ledarmatuur aan te sturen. Kijk op de verpakking van de armatuur of die stroom- of spanningsgestuurd is:

  • Constantestroomdrivers (= constant current drivers): zijn geschikt voor stroomgestuurde ledarmaturen. Bij dit type driver is de elektrische stroom constant (bv. 500 mA) en varieert de spanning (bv. 2 ~ 90 V). Constante stroombronnen zetten de netspanning rechtstreeks om in een constante stroom. Stroomgestuurde armaturen mogen nooit op een constante spanning worden aangesloten.

Een voorbeeld:

Te installeren: één inbouwdownlight + driver.

Specificaties van de ledinbouwdownlight: stroomgestuurd, ledstroom: 700 mA, vermogen: 17 W, minimale aansluitspanning: 24 V.

constantespanningsdriver

Keuze driver: constant current driver van 700 mA, met een outputvoltage waarbinnen 24 V valt (bv. 2 ~ 86 V).

  • Constantespanningsdrivers (= constant voltage drivers): zijn ontworpen voor spanningsgestuurde ledarmaturen. Hier varieert de stroom (bv. 0 ~ 0,8 A) en is de spanning constant (bv. 12 V). Constante spanningsbronnen kunnen zonder probleem gebruikt worden voor de meeste armaturen op voorwaarde dat die voorzien zijn van een stroombegrenzer (bijvoorbeeld een weerstand) of een elektronisch circuit dat de gelijkspanning omzet in een constante stroom naar de led toe.

 

Een voorbeeld:

Te installeren: één ledstrip + driver.

Specificaties van de ledstrip: spanningsgestuurd, minimale ledstroom: 6 A, vermogen: 72 W, aansluitspanning: 12 V.

Keuze driver: constant voltage driver van 12 V, met een ledstroom waarbinnen 6 A valt (bv. 5 ~ 10 A).

leddriverStap 2: hoeveel vermogen zal er op de driver worden aangesloten?

Wanneer er meerdere armaturen op één driver worden aangesloten, moet de driver die wordt geïnstalleerd, worden afgestemd op het aantal armaturen en hun vermogen.

  • Stroomgestuurde leds dienen in serie geschakeld te worden. Er is slechts één stroompad. De stroom gaat in één richting, zodat alle armaturen voorzien zijn van dezelfde stroom. De spanning verdeelt zich gelijkmatig over de verschillende armaturen.

Een voorbeeld:

Te installeren: drie spots, aangestuurd door één driver.

Specificaties van één ledspot: stroomgestuurd, ledstroom: 700 mA, vermogen: 3,2 W, minimale aansluitspanning: 4,5 V.

Keuze driver: constant current driver van 700 mA, met een output waarbinnen13,5 V valt (bv. 9 ~ 30 V). De output wordt berekend door de spanning per ledspot (in dit geval 4,5 V) te vermenigvuldigen met het aantal lichten die door de driver worden aangestuurd (3 x 4,5 V = 13,5 V).

Daar waar op voorhand niet 100% bekend is hoe de finale installatie (= hoeveel armaturen op één driver) uitgevoerd zal worden, wordt er meestal gekozen voor een constantespanningsoplossing.

  • Spanningsgestuurde leds worden parallel geschakeld. Bij parallelschakeling zijn de +'en en de -'en van de verschillende armaturen met elkaar verbonden. De stroom kan door meerdere circuits lopen.

osramEen voorbeeld:

Te installeren: drie spots, aangestuurd door één driver.

Specificaties van één ledspot: spanningsgestuurd, ledstroom: 1 A, vermogen: 12 W, aansluitspanning: 12 V.

Keuze driver: constant voltage driver van 12 V, met een ledstroom waarbinnen 3 A valt (drie spots nemen elk 1 A op) (bv. 1 ~ 5 A). De spanning is niet afhankelijk van het aantal aangesloten armaturen. 12 V voldoet voor alle armaturen op de kring.

HOE CORRECT DIMMEN

Vraag de klant op voorhand of hij/zij zijn/haar verlichting wil kunnen dimmen. Dimmen heeft immers consequenties voor de led- en driverkeuze.

In principe zijn er twee manieren om een led-licht te dimmen:

  • Door de stroomtoevoer naar de leds te regelen. Meer stroom betekent meer lichtintensiteit. Dus, door de stroomtoevoer te halveren, halveert ook de lichtintensiteit.
  • Door de spanningsbron aan en uit te zetten, maar dat aan- en uitzetten gebeurt zo snel dat dit niet waarneembaar is met het blote oog. Hierdoor vermindert het gemiddelde vermogen van de lamp (bv. van 10 naar 5 watt) en zal die voor ons oog minder hard branden.

Stap 1: kies een ledlicht en een driver die allebei dimbaar zijn

  • Let er bij de aanschaf van ledlampen altijd op dat er 'dimbaar'/'dimmable' in de productnaam of specificaties is vermeld. Het is de elektronica in de lamp of de armatuur waar deze leds in zitten, die bepaalt of en hoe deze gedimd kan worden.
  • Zowel van de constantespannings- als van de constantestroomdrivers zijn er dimbare varianten op de markt. De meeste standaarddrivers dimmen echter niet en zijn enkel ontworpen voor aan-uittoepassingen.

Stap 2: bepaal volgens welk protocol je wilt dimmen

Om de dimmer (de schakelaar of het smart device waarmee er wordt gedimd) optimaal af te stemmen op de verlichting en de driver, is er een sturing nodig. Deze sturing werkt volgens een bepaald protocol. Welk protocol het meest geschikt is, is afhankelijk van de toepassing. Wil de bouwheer enkel de lichten in de living dimmen? En is het aantal te dimmen eenheden dus beperkt? Dim dan bijvoorbeeld met een druk- of draaiknopdimmer, een 0-10V- of 1-10V- of PWM-stuurmodule.

Een voorbeeld:

Te installeren: acht dim-to-warmspotjes, aangedreven door één driver.

Specificaties van één ledspot: stroomgestuurd, één kanaal

Ledstroom: 180 mA, vermogen: 6 W, aansluitspanning: 33 V.

Keuze protocol: 0-10V-dimming.

driverKeuze driver: constant current driver van 180 mA, met een outputvoltage waarbinnen 264 V (= 8 x 33 V) valt (bv. 90 ~ 290 V), single channel, dimmingmogelijkheden: 0-10 V, PWM.

Of wil de klant de kleur in elke kamer kunnen aanpassen, afhankelijk van zijn/haar mood? Kies dan bijvoorbeeld voor Dali, DMX, Niko of voor een sturing zoals Casambi die toelaat om de verlichting via bluetooth met een smartphone of tablet te bedienen, en dus ook te dimmen.

Een voorbeeld:

Te installeren: drie multi-colour spots, aangedreven door drie drivers.

Specificaties van één ledspot: stroomgestuurd, vier RGBW-kanalen, ledstroom:1 A per kanaal, totaal vermogen: 52 W, minimale aansluitspanning: 13 V.

Keuze sturing: Casambi of via Dali.

Keuze driver: constant current driver van 4 x 1 A (vier kanalen), met een kanaaloutput waarbinnen een minimale spanning van 13 V (= één spot) valt (bv. 9 ~ 56 V), 4 channel driver, dimmingmogelijkheden: Casambi (bluetooth) of Dali via vaste lijn.

Stap 3: kies de juiste dimmer

Meestal biedt de fabrikant van de driver een lijst van aanbevolen compatibele dimmers aan (bv. Niko 310-02900, Legrand model 0 784 42, Siemens 5WG4222-3AB10 of Berker 24121009). Die lijst is te vinden in de productspecificaties van de driver. Lichtsturingsfabrikanten bieden ook onlinecompatibiliteitslijsten aan (bv. www.niko.eu/dimmerzoeker) of hebben universele dimmers in het gamma die geschikt zijn voor elk type lamp, ook voor dimbare ledlampen.