naar top
Menu
Logo Print

MULTIMEDIAKAST ALS OPLOSSING VOOR NETWERKTOESTELLEN MET BEDRADING

Met aandacht voor installatiegemak voor installateur

De multimediabehoeftes in residentiële woningen zijn de laatste jaren stelselmatig toegenomen. Dankzij een multimediakast kunnen alle signalen voor digitale televisie, telefoon en data nu ook worden verdeeld vanuit een gecentraliseerd knooppunt. De eindgebruiker heeft er meteen een esthetischer oplossing bij er is geen loshangend kabelwerk meer terwijl de installateur alle benodigde componenten niet langer individueel tegen de muur hoeft te bevestigen. Bij de plaatsing zijn er uiteraard wel enkele aandachtspunten die strikt nageleefd moeten worden. Tijd om er even stil bij te staan!

 

MULTIMEDIA VERSUS DOMOTICA

Een aparte technische ruimte voor een uitgekiende distributieverdeling, dat treft de installateur maar zelden aan in een woning of appartement. De elektriciteitskast wordt doorgaans geïnstalleerd in het berghok of de garage. De voorziene ruimte-indeling is dus niet altijd ideaal voor een vlotte montage. Daarbij is de behoefte aan voedingskringen de laatste jaren enkel maar gestegen; denk aan de opmars van allerlei domoticatoepassingen. Ook de aanvoer van multimedia wil de eindgebruiker niet meer op een houten plaat, met als redenhet loshangende kabelwerk. Fabrikanten bieden om die reden dan ook verdeelkasten aan voor multimedia en domotica. De behuizing lijkt aardig op een reguliere verdeelkast, maar binnenin is er ruimte voor de inbouw van de componenten. Er zijn wel enkele verschillen tussen beide uitvoeringen: de domoticakast wordt door 230 V gevoed voor de sturingen van de stopcontacten en moet dus afgeschermd zijn, terwijl de multimediakast is uitgerust met geïsoleerde stopcontacten voor de aansluiting van actieve componenten, en er dus geen gevaar is voor elektrocutie. Daarnaast moet in de domoticakast ook meer ruimte worden voorzien. Zo worden de verdeelkasten groter gedimensioneerd, of worden er meerdere gecombineerd.

DE MULTIMEDIAKAST

De multimediakast bundelt alle coax- en datakabels en creëert zo een netwerk dat openstaat voor alle operatoren. Het is gebaseerd op een eenvoudig werkingsprincipe: elk stopcontact wordt individueel gekableerd. Het signaal dat via een externe operator ontvangen wordt telefoon, data en televisie wordt dan doorgestuurd naar het gekozen stopcontact. Bij een residentiële installatie zijn een aantal reguliere stopcontacten meestal voldoende. Indien het noodzakelijk is, kunnen er evengoed twee of drie kasten naast elkaar worden geplaatst. De afmetingen van de modems verschillen nu eenmaal per provider, en dat kan de opbouw soms bemoeilijken. Een verdeling over meerdere kasten of de keuze voor een groter bord zorgt bovendien ook voor een betere warmteverdeling. Een belangrijk aandachtspunt is de scheiding van sterk- en zwakstroom in eenzelfde verdeelkast. De netwerkkabels mogen niet worden gemengd met stroomkabels. De kast bevat minstens drie geïsoleerde stopcontacten die zo diep mogelijk in de kast zitten ingebouwd om ruimte vrij te maken voor de adapters. Meestal worden de multimediakasten opgedeeld in twee delen: DIN-rails waarop diverse componenten vastgeklikt kunnen worden zoals modulaire datastopcontacten, RJ45- en coax-stopcontacten, telefoonsplitters, modulaire switch, patchpanels … volgens de behoefte van de eindgebruiker; een montageplaat voor het bevestigen van de actieve componenten zoals modem, netwerkverdeler voor coax, niet-modulaire switch door middel van zelfbinders, specifieke houders of zelftappende schroeven.

 

KEUZEBEPALENDE FACTOREN KASTTYPE

Er zijn een aantal aandachtspunten waarmee rekening dient te worden gehouden bij de keuze en installatie van een multimediakast. Een kort overzicht.

Bekabeling

De installateur dient eerst te kijken naar het vooropgestelde kabelnetwerk. Het aantal kabels is uiteraard afhankelijk van het aantal kringen dat in de kast moet worden geplaatst. Dan moet de technicus weten vanwaar de voeding zal vertrekken. Zal er bijgevolg een horizontale of verticale koppeling zijn? Moet de aankomst langs onderen of boven gebeuren? Voorts moet er ook aandacht zijn voor het totaalvolume en/of het aantal modules dat nodig is. Een beetje extra ruimte is steeds interessant voor latere uitbreidingen of aanpassingen.

Warmteontwikkeling

Elektrische toepassingen genereren warmte. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de behuizing. In normale omstandigheden zal de elektronica voor een maximale warmteontwikkeling zorgen van ongeveer 40 °C. Per rij in het verdeelbord moet dus worden berekend wat de maximale warmtedissipatie zal zijn. Voor een 3-rijkast kan dit bijvoorbeeld 40 W zijn, en voor een 4-rijuitvoering 50 W. Bij de installatie moet het vermogen van de modem geweten zijn, zodat het niet te warm zal worden in de kast. Hoe groter de kast, hoe hoger de warmtedissipatie uiteindelijk mag zijn. Sommige kasten kunnen worden voorzien van verluchtingsroosters die de luchtstroom in de kast bevorderen en zode verhoogde temperatuur beperken. De roosters worden diagonaal tegenover elkaar in de zijwand gemonteerd.

Kunststof of metaal?

De multimediakast is er doorgaans in twee uitvoeringen: kunststof of metaal. Kleinere kasten worden meestal vervaardigd uit kunststof, de grotere uit metaal. De wand in metaal zorgt er wel voor dat er een zekere demping optreedt, wat het wifisignaal in sommige gevallen enigszins kan dempen. Dit euvel treedt minder op bij een kast vervaardigd uit kunststof.

Op maat of modulair?

In principe produceren fabrikanten de mediakasten in gestandaardiseerde afmetingen, maar projectoplossingen die het montagegemak moeten bevorderen zijn best mogelijk. Een te koppelen kast kan bijvoorbeeld al vooraf gekoppeld worden, of de gaten in het montagepaneel zijn voorgeboord, of er kan één heel groot verdeelbord worden gefabriceerd waarbij de automaten al netjes verdeeld zitten … 

MONTAGEGEMAK VOOR INSTALLATEUR

De multimediakast is grotendeels opgebouwd uit een montagerooster waarop de actieve componenten meteen bevestigd kunnen worden door de providers zonder dat die enige onderdelen nog los hoeven te schroeven. De connectoren van de datakabels zijn minimum van het type RJ45 (vijfde categorie UTP; unshielded) zoals opgelegddoor de sector van operatoren en providers. Voor RJ45-connectoren met zelfstrippende contacten zijn er bij de installatie geen extra werkinstrumenten meer nodig. De connectoren kunnen bij bepaalde fabrikanten eveneens individueel uit een reeks vanmeerdere connectoren naast elkaar worden gehaald zonder de andere te demonteren. Dit geldt ook voor de connectoren van de coaxkabels. Voor elke datakabel wordt er het best een reservelus voorzien, ter vervanging van het beschadigde gedeelte bij de vervanging van een connector. Een kabelgootysteem kan dan de buigradius van de kabels opvangen. Dit vereenvoudigt het binnentrekken van de kabels in de kast aanzienlijk.

GESTANDAARDISEERDE VORMGEVING MODEM?

In Frankrijk zijn de afmetingen van het modem gestandaardiseerd, wat in het voordeel speelt voor het ontwerp van de multimediakast. De multimediakast wordt samen met de aankomst van het verdeelbord en teller op 250 mm breedte gestandaardiseerd. In België is zo'n regelgeving nog niet van kracht. De Belgische operatoren hebben wel al voorzichtige gesprekken hieromtrent opgestart, maar voorlopig is er nog niets concreets afgesproken. Tot op heden hebben modems van de verschillende operatoren nog elk hun eigen afmetingen.