naar top
Menu
Logo Print
13/02/2019 - LIEN GOETHALS

GEBRUIK

gebruik
Volgens de driepuntsmethode moet de werknemer op de ladder altijd drie steunpunten hebben

VOORZORGSMAATREGELEN

Indien de ladder in een doorgang moet worden geplaatst, kan het soms aangewezen zijn om die doorgang af te sluiten. En ook wanneer de ladder op de openbare weg wordt gepositioneerd, moet dat worden aangegeven met de nodige reglementaire signalisatie.

VEILIGE BEKLIMMING EN AFDALING

Bij de beklimming en afdaling moet het gezicht altijd naar de ladder gewend zijn en mogen nooit sporten worden overgeslagen. De werknemer dient de sporten (en niet de ladderbomen) met beide handen vast te nemen en mag zeker niet langs de ladderbomen naar beneden glijden. De veiligheid bij de beklimming en afdaling kan ook verbeterd worden door geschikt schoeisel - vrij van modder en met de veters correct geknoopt - te dragen. Klein gereedschap moet aan een riem of in een schoudertas worden meegenomen. Het is daarbij belangrijk erop toe te zien dat de maximale belasting van de ladder niet wordt overschreden.

WERKEN OP EEN LADDER

Bij het werken op een ladder is het vooral belangrijk dat de werknemers een veilige steun en houvast hebben. Als maatstaf wordt de driepuntsmethode toegepast, wat wil zeggen dat wie op de ladder staat, altijd drie steunpunten moet heb­ben. Dat zijn ofwel één hand en twee voeten (bij werkzaamheden), ofwel twee handen en één voet (bij het op- en afklimmen). Bijgevolg kunnen op ladders enkel werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij men slechts één hand nodig heeft.

Om voldoende steun te hebben, is het ook aangeraden om nooit op de bovenste drie sporten te gaan staan. Bij zijwaartse bewegingen strekt de werknemer zich beter nooit verder uit dan een armlengte, voor grotere afstanden moet de ladder verplaatst worden. De maximaal toegestane belasting moet altijd gerespecteerd worden en er mag nooit meer dan één persoon op de ladder staan. Die persoon moet ook oog hebben voor wat er onder hem/haar gebeurt. Bij werken hoger dan twee meter moet een valbeveiliging worden voorzien. Een ladder is uitsluitend bedoeld om verticale afstanden te overbruggen, dus het is uit den boze om ladders te gebruiken als steiger of loopbrug.

REFORMLADDERS GEBRUIKEN

Bij een reformladder is het belangrijk dat het blokkeermechanisme correct is geïnstalleerd, dit om te voorkomen dat de ladder verschuift of omvalt. Ook bij meerdelige reformladders (of reformladders met een verlengstuk) is dat blokkeermechanisme cruciaal, want dat voorkomt dat de verschillende delen t.o.v. elkaar bewegen. Wanneer de reformladder op een trap of een hellend oppervlak staat, moeten er aangepaste, uitschuifbare verlengstukken worden gebruikt. Die verlengstukken moeten aan elke kant op minstens twee plaatsen worden vastgemaakt.

gebruik
Op ladders met een verlengstuk wordt de sport die minstens moet overlappen, vaak aangegeven met een kleur

Op een enkelvoudige reformladder mag men niet op de laatste sport gaan staan, tenzij er voor een veiligheidsbrug of andere beveiliging gezorgd is. Op een uitschuifbare reformladder mag er niet gewerkt worden vanop de bovenste vier sporten. De ladder mag ook nooit verder worden uitgeschoven dan wat werd voorgeschreven door de fabrikant.

SCHUIFLADDERS GEBRUIKEN

Net zoals bij reformladders is ook bij schuif­ladders een correct werkend blokkeermechanisme van cruciaal belang. Daarnaast moet bij het uitschuiven van de ladder de over­lapping van de verschillende delen minimaal een meter (of ongeveer vier sporten) bedragen, tenzij de fabrikant andere voorschriften meegeeft.

VASTE LADDERS MET EEN VEILIGHEIDSKOOI GEBRUIKEN

Soms kan op grond van de risicobeoordeling worden beslist om een ladder met veiligheidskooi te gebruiken. Er moeten veiligheidsvoorzieningen geïnstalleerd zijn tot de hoogte van het werk en er moeten ook leuningen voorzien zijn tot boven de hoogste werkplek. De ladder moet op een vaste afstand uitgerust zijn met een bordes. Daarenboven moet de werknemer ook altijd een veiligheidsharnas dragen.