naar top
Menu
Logo Print
14/08/2019 - BABETTE SOETAERT

SMART LIVING EIST MULTIFUNCTIONELE INSTALLATEUR

Homelab komt installateur tegemoet in veranderende tijden

Technologie wordt slimmer, elektrische componenten worden geavanceerder en installaties worden alsmaar moderner. De razendsnelle evolutie richting 'slim wonen' lijkt definitief ingezet en nodigt menig installateur uit tot aanpassing. Vanzelfsprekend is deze uitnodiging echter allesbehalve. Toch niet in tijden waar de interoperabiliteit van systemen te wensen overlaat en de waarschijnlijke afbuiging naar 'IP-building' de installateur de facto veroordeelt tot ICT-installaties. En dan hadden we het nog niet over de implementatie van de tot Alexa en Google Home gedoopte voice interfaces die de ondertussen goed ingeburgerde domoticasystemen naar een hoger niveau kunnen tillen ...

domotica

Homelab
Het HomeLab richt zich op het testen en gezamenlijk ontwikkelen van slimme huishoudinnovaties in verschillende toepassingsdomeinen

HOMELAB ALS INNOVATOR

Wie het met het lezen van bovenstaande introductie hoort donderen in Keulen, hoeft zich voorlopig (nog) niet te verschuilen. Hoewel dergelijke technologie zeer zeker met rasse schreden dichterbij komt, ontvouwt de implementatie ervan zich, mede door de terughoudendheid van de klant en de hoge kostprijs, voorlopig maar met mondjesmaat. Het Homelab, een initiatief van Imec en de Universiteit Gent, wacht echter niet op volledige aanname en gaat vandaag al volop aan de slag met de technologie van morgen.

De eerste onafhankelijke proeftuin voor smart-homeapplicaties en services in Europa richt zich op het testen en gezamenlijk ontwikkelen van slimme huishoudinnovaties in verschillende toepassingsdomeinen. Door het bewerkstelligen van een flexibele thuisomgeving kunnen IoT-toepassingen, nieuwe prototypes en innovaties er getest worden in een realistische setting en komen ze de installateur tegemoet in deze veranderende tijden.

INTEROPERABILITEIT ALS LAGGARD

Consumentenapparatuur wordt steeds slimmer en biedt steeds vaker diensten aan die kunnen samenwerken met en/of gecontroleerd worden door anderen. Mits er gebruik kan worden gemaakt van opensourcesystemen vormt domotica hiertoe een ideale actuator. Jammerlijk genoeg is de interface naar het apparaat vandaag vaak leverancier- en zelfs apparaatspecifiek, wat betekent dat er extra inspanningen nodig zijn om een specifiek apparaat te ondersteunen. Standaardisatie-inspanningen proberen dit probleem te vermijden, maar ook binnen een bepaald standaardecosysteem kan het niveau van interoperabiliteit variëren. Daarenboven komt ook nog eens dat verschillende toepassingsdomeinen vandaag hun eigen standaarden hebben, waardoor de sectoroverschrijdende innovatie wordt beperkt door de extra inspanningen die nodig zijn om apparaten uit traditioneel verschillende domeinen in nieuwe toepassingen te integreren. Als onderdeel van een onderzoeksinstelling is het HomeLab voorstander van systemen die naadloos met elkaar kunnen communiceren en het werkt dan ook aan een katalysator die sectoroverschrijdende innovatie mogelijk maakt. Een ontwikkeling die de (toekomstige) taken van de installateur aanzienlijk zou kunnen vereenvoudigen.

Teneinde domotica compatibel te maken met een veelheid aan objecten en systemen is er nood aan software die een vertaalslag kan maken
Teneinde domotica compatibel te maken met een veelheid aan objecten en systemen is er nood aan software die een vertaalslag kan maken

OPEN SOURCE ALS OPLOSSING

Het compatibel maken van domotica met een veelheid aan objecten en systemen … het is een uitdaging waar vele installateurs vandaag de dag mee geconfronteerd worden. Hiermee zelf aan de slag gaan is slechts enkelen gegeven en vergt specifieke technische kennis die men niet ogenblikkelijk verwerft. Er is met andere woorden nood aan software die een vertaalslag kan maken tussen verschillende systemen en die bij voorkeur ook open source is zodat indien nodig gemakkelijk aanpassingen aan de software kunnen gemaakt worden. In het HomeLab zijn onderzoekers volop bezig met het ontwikkelen van dergelijke programmatuur. Ondertussen kunnen ze dankzij hun Dyamand interoperabiliteitssoftware onder andere gemakkelijk sensoren integreren - zie kader hieronder.

Dyamand

Omdat vergelijkbare interoperabiliteitssoftware naar configuratie toe een aantal beperkingen vertoont, besloot men in het HomeLab om een eigen software te ontwikkelen. Dyamand is hiervan het resultaat en slaat een brug tussen de behoefte van zowel applicatie-ontwikkelaars en apparaatfabrikanten. Het Dyamand-raamwerk fungeert dus als een 'middelwarelaag' tussen de applicatieontwikkelaar en controleerbare apparaten.

Dyamand wordt voorlopig enkel ingezet voor onderzoek en is bijgevolg nog niet verkrijgbaar voor de installateur. Wel zijn er reeds concrete plannen om de software open source te maken. Tegenwoordig zijn er echter al heel wat platformen waarop de installateur wel reeds een beroep kan doen.

OpenHAB

Van het hele huis een smart home maken, dat is het doel van OpenHAB. Deze interoperabiliteitssoftware is open source en wordt ontwikkeld door een aanzienlijke community. Bovendien draait het als Java-applicatie op bijna elke hardware. De software is eerder laagdrempelig dankzij het hoge gebruikerscomfort bij het inrichten en configureren.

NodeRed

Ook NodeRed is een platform dat interoperabiliteit ondersteunt. Het is een programmeertool die hardware-apparaten, API's (application programming interface) en onlinediensten aan elkaar koppelt en biedt een browser-gebaseerde editor die het samenvoegen van verschillende stromen gemakkelijker maakt.

VOICE CONTROL

“Alexa, open Netflix.", “Google, hoe warm wordt het dit weekend?"... We hoeven tegenwoordig geen smartphone meer in de hand te hebben om onze favoriete apps te raadplegen. Voice interfaces winnen aan populariteit, maar terwijl ze vandaag vooral gebruikt worden voor entertainment services, blijft de toegevoegde waarde van dergelijke technologie eerder op de achtergrond. Een toegevoegde waarde die overigens enkel groot genoeg is als er een domoticasysteem aanwezig is waarmee de voice interface kan worden gekoppeld. Het is dus aan de installateur om particulieren erop attent te maken dat hun artificiële vriend tot meer in staat is dan het louter vervullen van vluchtige behoeften.

Hoe dan?

Nu voice interfaces stilaan mainstream aan het worden zijn, wordt het belangrijk voor de installateur om hier ook op in te spelen. De recente toevoeging van het Nederlands aan Google Home onderstreept dit feit enkel maar. Vraag is alleen of de installateur hier ook effectief klaar voor is. Het HomeLab is zich bewust van dit hiaat en organiseert vanaf 2 oktober 2019 dan ook een aantal concrete trainingen rond bepaalde technologieën zoals voice services. Enerzijds zal er worden aangetoond uit welke technologieën dergelijke systemen bestaan en anderzijds zal er ook ruimte zijn voor een praktisch luik waarin wordt getoond hoe alles in zijn werk gaat.

VAN ELEKTRISCHE NAAR ICT-INSTALLATIE

Het volledige elektriciteitsnetwerk aanleggen met netwerkbekabeling en Power-over-Ethernet? Het is een eerder aparte aanpak voor het aanleggen van een elektriciteitsinstallatie. Niettegenstaande is dit toch een piste die vandaag reeds door enkele bedrijven wordt bewandeld en door het HomeLab wordt onderzocht. De flexibiliteit van het systeem is immers ongezien en de spitsvondigheid van de installatie vrijwel instant. Het betreft hierbij een op een IP-netwerk gebaseerd domoticasysteem dat inspeelt op de huidige opmars van IP-producten en de zwaar bekabelde elektriciteitskast van vandaag naar de vergeethoek zou kunnen verbannen. De 'slimme' elementen die op deze manier worden verbonden met het elektriciteitsnet kunnen zowel bediend worden via schakelaars, die stuursignalen sturen naar de relais (in het geval van domotica) of naar de PoE-switch (in het geval van IP-building), als via app op tablet of smartphone.

OP KORTE TERMIJN

Terwijl bovenstaande toepassingen en ontwikkelingen vandaag verre toekomstmuziek lijken, zijn er zeker ook een aantal ontwikkelingen die zich vandaag reeds lenen tot toepassing in de praktijk. Ook hier kent het HomeLab enkele applicaties waarmee het volop experimenteert.

In het HomeLab is er aandacht voor de mogelijkheden die de twee gebruikerspoorten van de digitale meter met zich meebrengen
In het HomeLab is er aandacht voor de mogelijkheden die de twee gebruikerspoorten van de digitale meter met zich meebrengen

Digitale meters

Op 1 juli startte netbedrijf Fluvius met het plaatsen van de digitale meters voor elektriciteit. De nieuwe meters bieden klanten automatisch een aantal belangrijke basisvoordelen zoals meer details over hun dagelijks verbruik, meteropnames op afstand en een automatische wissel tussen dagtarief en tweevoudig uurtarief. In het HomeLab hebben ze gerichte aandacht voor de mogelijkheden die de twee gebruikerspoorten van de digitale meter met zich meebrengen. Zo maakt de P1-poort data over het energieverbruik zichtbaar op lokale schermen zoals smartphone of laptop. De data uit de snelle S1-poort zijn ruwe, en daardoor zeer gedetailleerde data die elektrische apparaten zoals slimme wasmachines of laadpalen kunnen uitlezen en, mits extra logica, ook kunnen aansturen. Via de twee gebruikerspoorten krijgt men een zeer gedetailleerd zicht op het verbruik en kunnen apparaten ingezet worden op momenten waarop dit het meest gunstig is voor de energiefactuur.

Door de voeding voor ledspots te centraliseren in de schakelkast kan er heel wat efficiënter gewerkt worden
Door de voeding voor ledspots te centraliseren in de schakelkast kan er heel wat efficiënter gewerkt worden

Ledificatie

Terwijl enkele decennia terug een gloeilamp van 100 watt nog de norm vormde, is het vandaag de powerled van 1watt die stilaan de markt verovert. Omdat er vandaag een evolutie merkbaar is naar laagspanning van 12 en 24 volt, kan de standaard 230 volt-aansluiting dan ook in vraag gesteld worden. Kijk immers maar naar de vele toestellen die middels een adapter op het lichtnet worden aangesloten.

Ook ledspots werken op laagspanning en zijn bijgevolg vaak voorzien van een lokale omvormer. Door de voeding voor dergelijke spots te centraliseren in de schakelkast kan er heel wat efficiënter gewerkt worden en kan een probleem centraal in plaats van lokaal, aan de spot, worden aangepakt. Spanningsval hoeft bij een standaardbekabelingslengte met dergelijke kleine verbruikers overigens niet gevreesd te worden.