naar top
Menu
Logo Print
13/08/2018 - VALERIE VERKAIN

ZORGDOMOTICA GESCHIKTE ONDERSTEUNING VOOR ZORGSECTOR

zorgdomoticaSTAAT HET PERSONEEL BIJ EN VERGROOT DE AUTONOMIE VAN DE ZORGVRAGER

Tegen 2025 is één op de drie Belgen zestig jaar of ouder. Het resultaat: meer grijs in de straat, maar ook meer kwaaltjes, meer dementie, een pak extra hulpbehoevenden en een grotere zorgvraag in het algemeen. Om in de behoeften van deze groeiende groep ouderen te kunnen voorzien en om ook andere zorgvragers zoals mensen met beperkingen of mensen met chronische aandoeningen te kunnen ondersteunen, kan zorgdomotica een oplossing zijn.

WAAROM ZORGDOMOTICA?

Ondersteuning van zorgvrager en zorgverlener

Zorgtechnologie kan zorgcentra slimmer maken en kan ook extra ondersteuning bieden, zodat de mensen langer thuis kunnen blijven wonen. Een voorbeeld van zorgtechnologie is zorgdomotica. Zorgdomotica is, zoals de naam het zegt, domotica die wordt ingezet voor zorgdoeleinden. Dit type domotica maakt het gebouw (bv. het ziekenhuis, het woon-zorgcentrum, de woning of de kamer van de zorgvrager) intelligenter. Er worden toezichthoudende en ondersteunde technologieën geïnstalleerd die:

  • de veiligheid en het gevoel van veiligheid van de zorgvrager verhogen;
  • het comfort van de zorgvrager verbeteren;
  • de communicatie tussen de zorgvrager en de familie/mantelzorger/het verzorgend personeel vlotter doen verlopen;
  • de zorgverlener helpen bij het monitoren van de zorgvrager (is de persoon nog in zijn kamer?);
  • de zorgverlener ondersteunen bij het uitvoeren van de zorgtaken (bv. proactieve behandeling, 's nachts vaak opstaan kan een voorbode zijn van een acute aandoening);
  • niet-zorggerelateerde taken van de zorgverleners automatiseren (bv. d.m.v. een elektronisch patiëntendossier van de bewoner); enz.

file://fileserver/Magbeelden/MPRBE/MPRBE1603/A08/160819VAV0005.jpgfile://fileserver/Magbeelden/MPRBE/MPRBE1603/A08/160819VAV0006.jpg

Verschillende gradaties

Als vanzelfsprekend is zorgdomotica in de loop der jaren sterk geëvolueerd en zijn de mogelijkheden ervan uitgebreid. Men spreekt van drie generaties zorgdomotica:

  • De eerste generatie werd eind de jaren 80 geïntroduceerd en heeft in principe niet veel met domotica te maken. Deze generatie zorgdomotica beperkt zich louter tot alarmeren. Een persoon in nood kan alarm slaan door op een knopje van zijn/haar halszender te drukken, waarna een alarmcentrale wordt gewaarschuwd en iemand op pad wordt gestuurd om hulp te bieden.
  • Sinds 2010 zit de tweede generatie zorgdomotica in het aanbod van de meeste ziekteverzekeringsorganisaties. Het is de populairste vorm van zorgdomotica in België. In de tweede generatie zorgdomotica staat het personenalarmsysteem opnieuw centraal. Deze toestellen beschikken over een spreek-luisterverbinding. De zorgvrager en de zorgverlener kunnen dus met elkaar praten. Bovendien kunnen aan de tweede generatie personenalarmsystemen ook intelligente sensoren (bv. brand-, water-, koolstofmonoxide- en inbraaksensoren of een douchetrekkoord, bedmat of deurcontact) worden draadloos verbonden (bv. als iemand aan de douchekoord trekt, uit zijn bed stapt of het gebouw verlaat, gaat het personenalarmsysteem af). Het personenalarmsysteem kan worden gekoppeld aan een klassiek domoticasysteem.
  • Minder bekend, en op een veel kleinere schaal aangewend in België, is de derde generatie zorgdomotica. Domotica, en niet het personenalarmsysteem, vormt in deze derde generatie de spil van het systeem. Met behulp van domotica wordt de woon- en leefomgeving van de zorgvrager intelligent gemaakt. Slimme sensoren, die allerlei parameters meten, worden in de leefomgeving geïntegreerd. Dagelijkse bewegingen en activiteiten worden geregistreerd en bij afwijkingen van dat levenspatroon kan er worden ingegrepen (bv. als het kookfornuis blijft branden, wordt dit automatisch afgeschakeld na een bepaalde tijd) of kan er alarm worden geslagen (bv. als de douche blijft lopen, of bij een te lange periode van inactiviteit). Alle elektrische componenten in een gebouw kunnen aan het domoticanetwerk worden gekoppeld, en dat maakt de mogelijkheden van deze derde generatie zorgdomotica haast eindeloos.

MOGELIJKHEDEN ZORGDOMOTICA EINDELOOS

file://fileserver/Magbeelden/MPRBE/MPRBE1603/A08/160819VAV0008.jpg

Dat de mogelijkheden van zorgdomotica uitgebreid zijn, wordt duidelijk bij een bezoek aan de zorgdomoticaruimte van Cretecs, de onafhankelijke expert in zorgtechnologie, gebouwd in de Campus Oostende van de Katholieke Hogeschool VIVES. In deze demoruimte wordt een assistentiewoning nagebootst waar een fictieve alleenstaande dame van 81 woont. De assistentiewoning werd volledig voorzien van systemen die ervoor zorgen dat ze er zelfstandig en veilig kan wonen:

  • het personenalarmsysteem is er gekoppeld aan de verlichting, verwarming, keukenfuncties, de tv/radio en de toegangsdeur: zo wordt de verlichting bij nood aangezet om het veiligheidsgevoel te verhogen, en de tv/radio uitgeschakeld, zodat de hulpvrager en de hulpverlener elkaar goed kunnen verstaan;
  • een valdetector (met polszender) en een valtrekkoord in de douche alarmeren bij het vallen;
  • een opsta-alarmering (met bedmat) en een bewaakt deurcontact verwittigen bij dwaalgedrag;een plasroute met automatische, gedimde verlichting van bed naar badkamer ondersteunt de bewoonster bij nachtelijke toiletbezoeken;
  • een 'ik kom thuis'-functie, 'ik verlaat de woning'-functie of 'ik ga slapen' functie (waarbij bepaalde lichtgroepen worden ge(de)activeerd, de elektronische zonnewering open/dichtgaat) verhoogt het comfort.
beveiligingscamera
De ip-camera die in de testopstelling werd geïnstalleerd. Het camerabeeld (alleen te zien door het personeel) is, om de privacy van de bewoners én van het personeel te waarborgen, altijd geblurd. Enkel als de bewoner op de alarmknop duwt, wordt het beeld scherp

HOE WERKT HET?

Het personenalarmsysteem

Het personenalarmsysteem is een plug-and-play unit die wordt aangesloten op het elektriciteits- en telefoonnet. De zender met drukknop (om bij nood alarm te slaan), alsook eventuele andere detectoren (bv. rook- of CO-detector, of trekschakelaar in de douche), zijn draadloos met de unit verbonden. Als er aan de trekschakelaar wordt getrokken, wordt een draadloos signaal verstuurd naar het personenalarmsysteem, dat vervolgens een communicatie opzet met de alarmcentrale.

Zorgdomotica

Zorgdomotica wordt aangewend om de zorgprocessen intelligenter en efficiënter te maken. Dat gebeurt door de elektrische (zorg)componenten met elkaar te laten communiceren (data met elkaar te laten uitwisselen). De data-uitwisseling tussen de verschillende componenten gebeurt via bekabeling (de kamers in het gebouw worden van databekabeling (bv. buskabels) voorzien) of draadloos. Het datatransport gebeurt tussen sensoren, actoren en verbruikers. Bv.: een druksensor geplaatst in een bed registreert of de bewoner zijn bed verlaat. Het signaal van de druksensor wordt overgemaakt aan een actor (dat is een module die wordt geprogrammeerd om bij een bepaald signaal tot bepaalde acties over te gaan), waarop de actor de lichtgroep (de verbruiker) in de gang doet branden (plasroute). Maar de actor doet nog meer, hij geeft het signaal afkomstig van de druksensor via een patchkast ook door naar de alarmserver (die indien nodig of na een ingestelde tijd alarm kan slaan), de communicatieserver (die het verzorgend personeel kan verwittigen op een smartphone bv.), het elektronische patiëntendossier (waarin het doen en laten van de bewoner wordt opgeslagen) enz.

IMPLEMENTATIE

Het implementeren van zorgtechnologie vraagt een specifieke benadering. Expert in zorgtechnologie, Cretecs, verbonden aan de VIVES Hogeschool, ontwikkelde een stappenplan met in totaal zeven fases.

  1. Zorgvisie ontwikkelen
    Bij aanvang van elk project wordt een werkgroep samengesteld. Alle belanghebbende partijen zijn hierin vertegenwoordigd (ook de architect en het studiebureau zitten in de werkgroep!). De werkgroep formuleert een duidelijke zorgvisietekst en stelt fundamentele vragen over wat men met de zorgdomotica wil bereiken. Waarom investeren we in zorgtechnologie? Is dit om de arbeidsefficiëntie te verhogen? Wil men de veiligheid van de bewoners en het personeel verhogen? Wil men de patiënten beter monitoren? Wil men meer autonomie en/of bewegingsvrijheid voor mensen met dementie? …
  2. Functioneel programma van eisen opstellen
    Vervolgens stelt de werkgroep een functioneel programma van eisen op. Voor elke functionaliteit wordt een uitgebreide lijst van eisen opgesteld. Bv.: er is de wens voor een opsta-alarmering. Die moet detecteren wanneer een bewoner het bed verlaat, en bijkomend moeten de volgende eisen worden ingewilligd: het instellen van de opsta-alarmering moet door niet technisch geschoold personeel vlot kunnen worden uitgevoerd, de opsta-alarmering moet een lange levensduur hebben en is bij voorkeur onderhoudsvrij, de opsta-alarmering is bij voorkeur discreet aanwezig in de kamer enz. In het functioneel programma van eisen worden geen merken en technologieën vernoemd. Belangrijk is het om een bepaalde flexibiliteit in de systemen na te streven, zodat men technologie op maat van de bewoner kan aanbieden.
  3. Systeemintegrator Aanstellen
    Bij complexe bouwprojecten is het aangewezen om de systeemintegrator reeds vroeg in het bouwproces te betrekken (in de voorbereidingsfase - zie figuur). Een systeemintegrator is een persoon die de verschillende technieken (bv. verlichting, verwarming, zonnewering, alarmering enz.) in een gebouw integreert (= met elkaar kan laten praten). De systeemintegrator maakt een ontwerp dat wordt voorgelegd aan de werkgroep en het bouwcomité.
    Met een systeemintegrator wordt overlegd of het functioneel programma van eisen technisch haalbaar is. Bv.: is het technisch mogelijk om een bepaald type opsta-alarmering te koppelen aan een verpleegoproepsysteem
  4. Ontwerp maken + zorgtechnologieën bepalen
    Er wordt door de architect een ontwerp gemaakt dat wordt voorgelegd aan de werkgroep en aan de systeemintegrator. In deze fase worden ook de gewenste zorgtechnologieën bepaald:
    • Bekabeld of draadloos domoticasysteem? Communicatie over kabels is betrouwbaarder en verloopt ook sneller, maar vraagt meer aanpassingen aan het gebouw (kap- en breekwerk bij renovatie).
    • Open of gesloten? Bij een open domoticasysteem is de wijze waarop de verschillende componenten gegevens met elkaar uitwisselen (het protocol), openbaar en merkonafhankelijk, bv. KNX. Componenten van verschillende merken kunnen met elkaar communiceren (de taal waarin ze geprogrammeerd worden, is immers vrij toegankelijk). Merken die gesloten systemen exploiteren, houden het protocol gesloten, bv. Niko Home Control, Qbus en Teletask. Enkel de componenten van het ene merk kunnen worden gebruikt.
    • Centraal of decentraal? Ofwel wordt met een intelligente centrale gewerkt waarop alle componenten zijn aangesloten: een centraal systeem. Valt de centrale uit, dan valt het hele domoticasysteem uit. Ofwel zit de intelligentie in de componenten zelf en spreekt men van een decentraal systeem. Als één of meerdere componenten faalt, kan de rest blijven werken.
    Afhankelijk van de keuze voor een bepaald systeem moet een grotere of kleinere technische ruimte worden voorzien, moet de ruimte tussen de twee kamers met een nis worden uitgerust enz.
  5. Technisch lastenboek opstellen
    Het technisch lastenboek voor de zorgdomotica wordt opgesteld door de systeemintegrator onder supervisie van het studiebureau. Voor het opstellen van het technisch lastenboek is het functioneel programma van eisen de perfecte leidraad.
  6. Implementeren + testen + opleiden
    Bij de implementatie moet de systeemintegrator erop toezien dat alles correct verloopt en dat het functioneel programma van eisen ook wordt nageleefd.
    Een testfase verhoogt de acceptatie van het systeem en biedt de mogelijkheid om een geloofwaardige risicoanalyse uit te voeren (bv. welke problemen treden er op bij gebruik enz.). Tot slot is het voorzien van training en bijscholing bijzonder belangrijk, zodat het systeem optimaal kan worden gebruikt (alle partijen goed met het systeem kunnen werken).
  7. Opvolgen, optimaliseren en borgen
    Het systeem moet continu worden geëvalueerd en worden geoptimaliseerd. Dat maakt het ook bestendig en flexibel voor de toekomst. Architecten of studiebureaus die gratis advies willen inwinnen (vier à zes uur) over zorgdomotica, kunnen dat via Cretecs. Cretecs maakt deel uit van het lednetwerk, een netwerk van laagdrempelige expertise- en dienstverleningscentra. Het lednetwerk bevat expertisecentra op allerlei domeinen.

Meer info via www.lednetwerk.be

DOMOTICA OP GEBOUWNIVEAU

De door de werkgroep geformuleerde verwachtingen worden vervolgens geconcretiseerd in een functioneel programma van eisen. Dat programma somt op wat de zorgdomotica moet kunnen. Een systeemintegrator wordt ingezet om na te gaan of het functioneel programma van eisen wel haalbaar is. “Avondrust zal, om zijn bewoners meer bewegingsvrijheid te geven, werken met leefcirkels", aldus systeemintegrator Bart Boelaert van The Wizard of Dreams. “De bewoners en het personeel krijgen elk een bandje en strategische deuren zullen bepalen wie waar naartoe mag. Sommige bewoners zullen zich vrij in het gebouw of op een verdieping mogen begeven, maar anderen met dwaalgedrag, bijvoorbeeld, niet. Dat is zorgdomotica op gebouwniveau."

domotica via app
De zorgverlener krijgt de alarmoproep rechtstreeks op zijn/haar smartphone

DOMOTICA OP KAMERNIVEAU

“Op kamerniveau wordt er een domoticagestuurde oproepalarmering voorzien", aldus de systeemintegrator. “Als de bewoner alarm slaat, zal het verzorgend personeel hier op hun smartphone of tablet een melding van krijgen. Als het domoticasysteem operationeel is, zal het elektronisch patiëntendossier en dus alle informatie over de patiënt automatisch op de tablet verschijnen als de zorgverlener de bewonerskamer binnenkomt." In de kamer wordt er een ip-camera geïnstalleerd. “Via de camera kan de zorgverlener zien of de bewoner hulp nodig heeft, en met hem of haar spreken. De camera kan ook inactiviteit opmerken of alarm slaan wanneer de bewoner roept of 's nachts opstaat", legt Tony Van der Voort, systeemintegrator van The Wizard of Dreams uit. Algemeen directeur Yves Claeys: “We vreesden ervoor dat we verschillende sensoren zouden moeten installeren per kamer, maar kijk, alles zit vervat in één toestel."

WAAR IN HET ONTWERP?

“Het lukt vrij goed om de domotica aan het zicht te onttrekken", vertelt Mark Benaets van het studiebureau SDK. “We krijgen dat zo goed voor mekaar omdat we al vanaf het begin bij het hele domoticagebeuren zijn betrokken." Het hart van het domoticasysteem zit in de kelder. “Daar wordt het serverlokaal met zes rijen datakasten in ondergebracht. Dat zal in totaal toch wel 30 m² innemen." Op elk niveau wordt er een grote datakast voorzien en op het gelijkvloers zelfs twee. De structurele bekabeling verloopt ofwel verticaal tussen de verdiepingen, ofwel horizontaal tussen de netwerkpunten op een verdieping. “De verticale worden verstopt in de muur, de horizontale worden weggewerkt in de verlaagde plafonds.“

KEUZE VOOR OPEN PROTOCOL KNX

Avondrust kiest voor een domoticasysteem met het open protocol KNX. “Hierdoor kunnen we systemen van verschillende leveranciers aan elkaar koppelen en hangen we niet aan één leverancier vast", vertelt Jan Hillewaert, stafmedewerker directie van Avondrust. “Volgens onze eerste simulaties levert ons dat ook een flinke besparing op."

TESTOPSTELLING

“Om wat in het functioneel programma van eisen stond, in de praktijk uit te testen, werd een van de kamers in Avondrust tot testopstelling uitgerust. “Een van de bewoners heeft er een hele maand gewoond", vertelt de systeemintegrator. “Op basis van de bevindingen van de bewoner en het personeel hebben we het systeem volledig op punt kunnen stellen en kan er nu een gedetailleerd en compleet technisch lastenboek worden geschreven."

“Een testopstelling vraagt natuurlijk tijd en extra budget", vertelt Bart Degryse van Cretecs. “Maar we zijn blij dat Avondrust hierin heeft willen investeren omdat er in de testfase veel problemen aan het licht komen."

VOORBEELD BIJ UITSTEK

“Avondrust is het voorbeeld bij uitstek van hoe het wel moet", vertelt bouwcoördinator Michael Van Nederkassel. “Vaak weet de bouwheer zelfs in de uitvoeringsfase nog niet goed wat hij/zij juist wil. Als er in die fase nog iets veranderd moet worden, heeft dit grote budgettaire gevolgen en zijn de mogelijkheden beperkt."